De schaalvraag

Doel

Individuen een beoordeling te laten geven over een vraag op een schaal om daarmee het gesprek over deze beoordeling op gang te brengen.

Aanpak

  • Leg uit dat zich in de ruimte een virtuele schaal bevindt van 0 – 10. Geef duidelijk aan waar de 0 zich bevindt en waar de 10. Eventueel kun je die punten met een fysiek cijfer zichtbaar maken.
  • Stel de deelnemers een vraag waarop het antwoord een cijfer is tussen 0 en 10.
  • Laat de deelnemers de positie op de schaal innemen die hun cijfer vertegenwoordigd.
  • Vraag stuk voor stuk aan de deelnemers op welk cijfer ze staan en waarom.
    Door deze vraag te stellen kunnen de deelnemers zich op elkaar afstemmen. Mogelijk verplaatsen deelnemers zich als zij de antwoorden van anderen horen.
  • Vraag vervolgens aan de deelnemers wat zij nodig hebben om bijvoorbeeld twee punten hoger te scoren.
    Let op: de vervolgvraag is afhankelijk van de eerste vraag en de bedoeling achter het scoren.
  • Voer het gesprek met elkaar over de antwoorden. Laat de deelnemers daar conclusies uit trekken.

Voorbeeld:
Vraag na een presentatie welk cijfer de deelnemers de presentatie geven.
Een vervolgvraag kan zijn: wat moet er aan de presentatie veranderen om een hoger cijfer te geven?

Tips
Bij de schaalvraag gaat het om het gesprek met elkaar. Stel daarom stimulerende vragen om dit gesprek op gang te brengen.

Duur:
10 – 30 min.

Grootte:
Maximaal 12 personen.

Download deze werkvorm 

Terug naar het overzicht