Faciliteren met een twist (deel 2)

In mijn vorige blog heb ik een algemene aanpak beschreven die je kunt hanteren als deelnemers een werkvorm afgezaagd of sleets vinden. Je kunt gaan faciliteren met een twist en ik heb beschreven hoe je om kunt gaan met werkvormen die volledig los staan van de content van de workshop.
Iets lastigere wordt het als de werkvorm wel een inhoudelijk doel heeft, maar waarbij het resultaat van de werkvorm niet of nauwelijks opgepakt wordt door de volgende werkvorm.

Situatie 2
Een voorbeeld van zo’n werkvorm is een kennismakingswerkvorm. Een kennismakingswerkvorm staat meestal los van de content: je pakt de uitkomst ervan niet op in de volgende werkvorm.
Voor de kennismaking heb je een aantal fotokaarten meegenomen en je vraagt de deelnemers een kaart uit te kiezen en zich a.d.h.v. die kaart voor te stellen. Er wordt direct gemompeld “alweer fotokaarten”.

Je kunt natuurlijk direct een andere werkvorm inzetten. Het gevolg hiervan is echter dat jouw rol als facilitator al direct bij de start van je workshop ter discussie staat en eigenlijk overgenomen wordt. Dat maakt jouw positie als facilitator in de rest van de workshop lastiger. Er is namelijk aan je professionaliteit geknaagd.

Probeer daarom eerst te achterhalen hoeveel deelnemers deze werkvorm al kennen en deze werkvorm toegepast is. Dat geeft jou tijd om een alternatieve werkvorm met de fotokaarten te bedenken. Door deze twist in te zetten zorg je er voor dat jij in de lead blijft. Zeker als je dat aankondigt met “Oh, maar dit voorstelrondje gaat volledig anders.”

Alternatieven kunnen zijn:

  • Laat de deelnemers twee kaarten uitzoeken die volgens hen een relatie met elkaar hebben en laat ze aangeven wat die relatie is en waarom. Eventueel kun je die vraag nog koppelen aan het thema van de bijeenkomst.
  • Laat de deelnemers twee kaarten uitzoeken die volgens hen in tegenspraak zijn met elkaar en laat ze aangeven wat die tegenspraak is en waarom. Eventueel kun je die vraag nog koppelen aan het thema van de bijeenkomst.
  • Als de deelnemers elkaar al wat beter kennen:
    Laat elke deelnemer een kaart uitzoeken voor de rechter buurman/-vrouw waarvan ze vinden dat die kaart goed bij hem of haar past en laat ze elkaar voorstellen a.d.h.v. die kaart.
  • In een kleine groep:
    Laat elke deelnemer een kaart uitkiezen die ze zeker nooit zouden kiezen. Laat de andere deelnemers aan deelnemer X uitleggen waarom hij/zij deze kaart nooit zou kiezen. Aan het eind legt deelnemer X uit waarom hij deze kaart nooit zou kiezen.

Meer alternatieven zijn beschreven in in de werkvorm kennismaken-m-b-v-fotos.
Ken jij meer alternatieven en wil je met me delen? Stuur ze me op en ik vul het document aan.

Conclusie

Bij werkvormen die niet direct een relatie hebben met de volgende werkvorm is het vaak niet al te moeilijk een twist te bedenken. Je komt met een andere vraagstelling of een ander gebruik waardoor de deelnemers zich weer moeten concentreren op de content. Je bent en blijft eigenaar van het proces.

In mijn volgende blog ga ik in op een werkvorm waarvan de output als input dient voor de volgende werkvorm.

Heb je behoefte aan een intervisie op jouw workshopontwerp of wil je van gedachten wisselen over het ‘Twisten’ van werkvormen, neem dan contact met me op.

Wil je zelf leren groepen te begeleiden / te faciliteren? Dan kan ik je de training ‘Faciliteren van Professionals’ aanraden.

Wil je weten of je een groep zelf kunt begeleiden, intervisie nodig hebt of een facilitator in moet schakelen? Beantwoord dan 8 eenvoudige vragen en krijg direct per mail een advies.

Deze blog verscheen ook op 03-10-2016 op Pulse. Vind je hem leuk? Wil je hem dan daar s.v.p. liken?

Terug naar het overzicht