Faciliteren met een Twist (deel 1)

Als je vaker bijeenkomsten begeleidt als vergadervoorzitter, vergaderbegeleider, facilitator, dagvoorzitter, teamleider etc. en je gebruikt tijdens die bijeenkomsten werkvormen, dan loop je het risico dat de deelnemers de werkvormen afgezaagd of sleets gaan vinden. Je merkt dat aan opmerkingen als “gaan we nu weer geeltjes plakken’, “niet weer Lego hè”, of “We hebben ons al een keer voorgesteld a.d.h.v. foto’s”. Het gevolg hiervan is dat de deelnemers zich niet meer bezighouden met de content van de bijeenkomst, maar dat ze zich gaan bemoeien met het proces. Je hebt er een paar facilitators bijgekregen, dat is nu net het gedrag dat je ‘als lastig ervaart’ en dus wilt voorkomen.

Maar hoe pak je dat nu aan?

De aanpak kun je afkijken van bijv. cabaretiers. Een van de trucs die ze toepassen, en die je als facilitator goed kunt gebruiken, is de volgende:

Cabaretiers vertellen in hun voorstelling vaak een bekend verhaal. Als toehoorder hoor je het begin (A) en het vervolg daarop. Oh, denk je dan, het eindigt bij B. Maar halverwege neemt de cabaretier een afslag (een twist) en eindigt hij niet bij B, maar C. Je bent verrast, je luistert beter en moet uiteindelijk lachen.

Dat kun je als facilitator ook doen. Net als bij de cabaretier kost dat natuurlijk wel voorbereiding. De komende weken zal ik a.d.h.v. een aantal voorbeelden laten zien hoe zo’n ‘twist’ inbouwt.

Voorbeeld 1

De simpelste vorm van een twist die je eigenlijk altijd kunt en moet toepassen is bij standaard werkvormen die los staan van de content. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het vormen van subgroepen. Dat wordt vaak gedaan door af te tellen 1,2,3,1,2,3,….etc. Deelnemers vinden dit vaak zo saai dat ze niet meer opletten en dus na afloop vragen “Had ik nu nummer 1, 2 of drie?” Pas daarom een alternatieve manier toe voor het vormen van subgroepen:

  • Gebruik speelkaarten. Deze zijn er in vele vormen en maten te koop. Wissel ze af.
  • Gebruik roulette-fiches.
  • Gebruik memory-kaartjes.
  • Gebruik snoepjes.
  • Laat de deelnemers rondlopen. Roep stop en de twee deelnemers die het dichts bij elkaar staan vormen een subgroep. Wil je naar viertallen? Laat dan de tweetallen samen rondlopen en bij stop vormen de twee tweetallen die dicht bij elkaar staan een subgroep.

Je zult zien dat door het op deze manier te doen er minder vragen ontstaan over de indeling van de subgroepen. Nog een voordeel: de deelnemers vinden het ook nog leuk. Dat komt doordat een andere intelligentie wordt aangesproken, maar daarover een andere keer meer.

In mijn volgende blogs zal ik voorbeelden geven van andere situaties waarin je een twist kunt maken.

Heb je behoefte aan een intervisie op jouw workshopontwerp of wil je van gedachten wisselen over het ‘Twisten’ van werkvormen, neem dan contact met me op.

Wil je zelf leren groepen te begeleiden / te faciliteren? Dan kan ik je de training ‘Faciliteren van Professionals’ aanraden.

Wil je weten of je een groep zelf kunt begeleiden, intervisie nodig hebt of een facilitator in moet schakelen? Beantwoord dan 8 eenvoudige vragen en krijg direct per mail een advies.

Deze blog verscheen ook op 29-09-2016 op Pulse. Vind je hem leuk? Wil je hem dan daar s.v.p. liken?

Terug naar het overzicht